Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.

Daarbij komt dat uit de bewijsmiddelen en hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte is verklaard, volgt dat meer dan de toegewezen bedragen op de bankrekening van verdachte zijn gestort en dat al het geld door zijn toedoen verloren is gegaan. Voorts heeft de raadsman de vorderingen niet anders betwist dan door te betogen dat verdachte het tenlastegelegde niet heeft begaan en dat de vorderingen niet eenvoudig van aard zijn. Ook in het middel wordt niet toegelicht waarom de vordering te complex zijn en waarin de beslissingen van het hof onjuist zijn. Het oordeel over de ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering is feitelijk en kan in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst.(11) Tegen deze achtergrond acht ik de bestreden beslissingen toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 48691 tot 49525.