Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007
Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.
12.6. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat de bescheiden met name een beeld moesten opwerpen dat verdachte tegenover anderen dan de aangevers integer heeft gehandeld en dat zij dus hooguit voor de strafoplegging informatief konden zijn. Gelet op deze aard van het verzoek en het late stadium waarin het verzoek tot overleggen ervan is gedaan, is aan dat verzoek mijns inziens voldoende tegemoet gekomen door verdachte in de gelegenheid te stellen de inhoud van die brieven mondeling toe te lichten. Overigens heeft de verdachte op de terechtzitting van 29 augustus 2005 nogmaals ruimschoots de gelegenheid gekregen het woord te voeren, in welk verband hij een uitvoerig schriftelijk stuk heeft overgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 52086 tot 52806.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d | shasum -a 256