Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.

4.7. Voorzover de steller van het middel beoogt aan te voeren dat het enkele niet voldoen aan een verwachtingspatroon door verdachte niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid stelt het middel de vraag aan de orde wat in art. 326 Sr moet worden verstaan onder een 'valse hoedanigheid'. De enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide huurder die in staat en voornemens is het gehuurde goed na ommekomst van de overeengekomen huurperiode terug te geven aan de verhuurder, levert bijvoorbeeld niet 'het aannemen van een valse hoedanigheid' op noch een 'listige kunstgreep' in de zin van art. 326 Sr (HR 13 november 2001, NJ 2002, 262). Het vervolgens verkopen van dat goed levert geen oplichting maar verduistering op. In deze zaak was ten laste gelegd en bewezenverklaard dat verdachte gebruik had gemaakt van een valse hoedanigheid en van listige kunstgrepen, maar had het hof volgens de Hoge Raad de tenlastelegging kennelijk aldus uitgelegd dat daarin aan de termen "valse hoedanigheid" en "listige kunstgrepen" geen zelfstandige feitelijke betekenis toekwam. De bewezenverklaring hield immers een aantal gedragingen van verdachte in en concludeerde dat verdachte aldus handelend zich heeft voorgedaan als huurder waardoor de ander tot afgifte werd bewogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 14983 tot 16310.