Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.

4.8. In de rechtspraak tekent zich immers een categorie van gevallen af waarin het zich voordoen in een andere hoedanigheid dan die men in werkelijkheid bekleedt voldoende lijkt voor het aannemen van een valse hoedanigheid, dus ongeacht of die valse hoedanigheid door andere leugenachtigheden wordt ondersteund. Het gaat dan om die gevallen waarin misbruik wordt gemaakt van een zeker gekwalificeerd vertrouwen.(1) Dat is met name het geval wanneer het gaat om een vertrouwen dat wordt ontleend aan een bepaalde beroepsmatigheid, dus als met een voorgewende beroepsmatigheid toezeggingen worden gedaan die niet worden waargemaakt. Mijn ambtgenoot Wortel heeft het in dat verband over een bedrieglijk gebruik van een verwachtingspatroon.(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 20033 tot 20786.