Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.

4.9. In onderhavige zaak is evident dat de verdachte onzorgvuldig heeft gehandeld, maar dat enkele feit is niet voldoende voor het aannemen van oplichting. Hij heeft zich echter voorgedaan als iemand die beroepsmatig de afspraken maakte zoals hij die met de aangevers heeft gemaakt. Als makelaar of als tussenpersoon in verzekeringen was hij voor geen van de aangevers een willekeurige burger die zomaar aanbood geld in depot te houden. De bedrogen klanten van verdachte zijn naar eigen zeggen afgegaan op het verwachtingspatroon dat de verdachte als financieel tussenpersoon en makelaar in de loop der jaren heeft gevestigd en dat er in wezen op neerkomt dat men zijn financiële belangen aan verdachte kon toevertrouwen, kennelijk zonder dat het nodig was om iedere stap die verdachte beloofde voor zijn klanten te zetten te controleren. Verdachte had beloofd het afgestane geld in een depot bij een bank onder te brengen en de klanten zijn ervan uitgegaan dat het ook gebeurde, juist zoals in het verleden de verdachte ook verzekeringen onderbracht als klanten daarom vroegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 20825 tot 21917.