Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.

4.10. Voorts zou volgens het middel ook 'een samenweefsel van verdichtsels' niet uit de bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bij een "samenweefsel van verdichtsels" moet gaan ofwel om een opeenstapeling van leugenachtige opgaven die elkaar over en weer een (bedrieglijke) schijn van werkelijkheid verschaffen, ofwel om een leugen die in samenhang met een handeling aan die handeling zodanige schijn verschaft. In HR 8 januari 1974, NJ 1974, 114 heeft de Hoge Raad echter overwogen dat opgaven van een verdachte die elk op zich zelf geheel of gedeeltelijk in strijd met de waarheid zijn en, met elkaar, een samenhangend verhaal vormen, als een samenweefsel van verdichtsels in de zin van art. 326 Sr is te beschouwen en dat daartoe niet vereist is dat de opgaven tevens elkaar wederkerig een schijn van waarheid of waarschijnlijkheid geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 22549 tot 23443.