Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.

4.11. Van een samenweefsel van verdichtsels kan dus betrekkelijk snel sprake zijn indien de verdachte door onwaarheden te vertellen anderen beweegt geldbedragen te verstrekken. Alleen één enkele leugen is voor oplichting niet voldoende (zie HR 16 maart 1993, NJ 1993, 718, r.o. 7.3.2). De evidente leugens waren dat hij een hogere rente dan banken kon bieden en dat hij het geld zou bewaren en daar een goede rente over zou ontvangen ten behoeve van de aangevers. In werkelijkheid kon hij helemaal geen hogere rente bieden, stortte hij het geld op zijn eigen rekening en wilde hij kennelijk het geld gaan beleggen en deels aan persoonlijke uitgaven besteden. De aangevers hadden oplettender moeten zijn, maar het bewuste handelen van verdachte kan mede gelet op zijn positie als beroepsmatige tussenpersoon bezwaarlijk voor hun risico komen.(4) In samenhang met de wijze waarop de verdachte zich als beroepsmatige financiële tussenpersoon presenteerde, heeft het hof mijns inziens kunnen aannemen dat hier sprake was van een samenweefsel van verdichtsels.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 23463 tot 24535.