Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.
5.3. Doorslaggevend voor de vraag of er sprake is van wederrechtelijk toeëigenen als bedoeld in art. 321 Sr is of de verdachte over het geld als heer en meester is gaan beschikken. Uit de bewijsmiddelen is in de kern af te leiden dat de verdachte het betreffende geldbedrag van aangever heeft geleend in verband met verhuiskosten en de aankoop van een nieuwe woning en daar anders dan volgens aangever de bedoeling was in werkelijkheid mee is gaan beleggen. Verdachte heeft het geld dus voor een ander doel aangewend dan het doel waarvoor het bestemd was en waarvoor het was geleend. Ik herinner aan het arrest Verduisterende verloofde (HR 13 februari 1933, NJ 1933, blz. 580) waarin de wederrechtelijke toe-eigening van een in bewaring gegeven bedrag werd aangenomen toen verdachte het geld ten eigen bate aanwendde en niet voor het doel waarvoor zijn verloofde dit geld bestemd had. Ik geef toe dat de overeenkomst van bewaarneming de oorspronkelijke eigendomsverhoudingen onverlet laat, terwijl gewoonlijk een lening van geld het geleende bedrag in het vermogen van de lener doet vloeien. Maar overheersend lijkt mij dat de bestemming waarmee het geld werd gegeven zowel in de zaak van de verduisterende verloofde als het onderhavige zaak zo duidelijk en bepalend was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 25267 tot 26553.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d | shasum -a 256