Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.
9.5. Pas na het interlocutoir arrest, waarbij het hof het onderzoek ter terechtzitting heropent teneinde nader te worden ingelicht over de persoon van verdachte, schrijft de verdachte een brief aan de voorzitter waarin hij kort samengevat zegt op 13 juni 2005 onvoldoende in de gelegenheid te zijn gesteld om de verklaringen van benadeelde partijen te bestrijden en dat hij op de volgende zitting graag het waarheidsgehalte ervan ter discussie wil stellen. In dat verband verzoekt hij overigens niet om de betreffende getuigen/benadeelde partijen als getuigen op te roepen en te doen ondervragen. Het komt dan niet erg sterk over als twee weken later op de zitting een dergelijk verzoek voor het eerst wordt gedaan, nota bene met het verzoek - terwijl de twee getuigen aanwezig zijn - de zaak daartoe aan te houden omdat de raadsman het dossier met daarin zijn aantekeningen is vergeten. Bij de beantwoording van de vraag of aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting nog nodig is om getuigen te horen kan het hof acht slaan op het belang van afdoening binnen een redelijke termijn, op de fase van het onderzoek waarin het verzoek is gedaan, op de belangen van benadeelde partijen et cetera.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 38220 tot 39429.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d | shasum -a 256