Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 december 2007
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 4 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7912.
14. Bij de verwerping van het verzoek de getuige te horen laat het Hof blijken er niet zeker van te zijn of de dagvaarding en het bijbehorende mededelingenformulier daadwerkelijk aan de verdachte zijn uitgereikt in die zin dat deze aan de verdachte ter hand zijn gesteld. Of het Hof daar bij de beraadslaging op terug is gekomen wordt niet duidelijk. Het Hof verwijst wel naar de akte van uitreiking en genoemd proces-verbaal, maar daarin is niet te vinden of de dagvaarding ter uitreiking is aangeboden of inderdaad aan de verdachte is overhandigd. Voorts wijst het Hof erop dat het verdachtes risico is als hij de hem aangeboden dagvaarding weigert in ontvangst te nemen, een overweging die gelet op het bepaalde in art. 408, lid 1 aanhef en onder a, Sv overbodig zou zijn indien de dagvaarding inderdaad overeenkomstig de wet was uitgereikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ceacd7664e41dcd679f6bd74c4adf8ba4d598303ae2925521fcc360e1bfab464. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ceacd7664e41dcd679f6bd74c4adf8ba4d598303ae2925521fcc360e1bfab464, en de alinea staat in dat document op bytes 16987 tot 17845.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ceacd7664e41dcd679f6bd74c4adf8ba4d598303ae2925521fcc360e1bfab464 | shasum -a 256