Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7952.
12. In HR 30 september 1980, NJ 1981, 46 deed het feit dat bij het in Duitsland bij een Nederlandse militair uitgevoerde bloedonderzoek - anders dan art. 5 van het destijds geldende Bloedproefbesluit bepaalde - géén opsporingsambtenaar als bedoeld in art. 141 Sv aanwezig was, er niet aan af dat het Hof het bewezenverklaarde bestanddeel "bij een onderzoek" uit de bewijsmiddelen had kunnen afleiden. De Hoge Raad baseerde dit oordeel hierop, dat "het Hof heeft vastgesteld, en heeft kunnen vaststellen, dat de doeleinden welke voormeld art. 5 beoogt te bereiken te dezen ook bereikt werden door de aanwezigheid bij de bloedafname van de in de bewijsmiddelen genoemde Duitse opsporingsambtenaar [verbalisant 2]."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afa79f8747a977b1053436a1807767b8b83928b0e9fc35ec9b9f7af5e82f12d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afa79f8747a977b1053436a1807767b8b83928b0e9fc35ec9b9f7af5e82f12d9, en de alinea staat in dat document op bytes 17791 tot 18519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/afa79f8747a977b1053436a1807767b8b83928b0e9fc35ec9b9f7af5e82f12d9 | shasum -a 256