Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 239 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7970.

3.47 Art. 2:8 lid 1 BW bepaalt dat degenen die krachtens de wet en de statuten bij de organisatie van de rechtspersoon zijn betrokken, zich jegens elkander moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Deze bepaling voorkomt met name dat een orgaan een aan haar toegekende bevoegdheid kan uitoefenen zonder acht te slaan op belangen van andere bij de rechtspersoon betrokken partijen. Het normeert de uitoefening van bevoegdheden die krachtens wet of statuten aan een orgaan zijn toegekend. Het gaat hier om de zogenaamde aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Op het betrokken orgaan wordt immers een extra-verplichting gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55644f29b075524120aedf0e0d4a2d1d4f07d7683acec2a90b857aa6ae784f1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55644f29b075524120aedf0e0d4a2d1d4f07d7683acec2a90b857aa6ae784f1e, en de alinea staat in dat document op bytes 116140 tot 116834.