Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8463.

5. Zulke tegenstrijdigheid doet zich naar mijn inzicht niet voor. Het als bestanddeel in art. 140, eerste lid, Sr opgenomen oogmerk van "plegen van misdrijven" dient aldus te worden verstaan dat het samenwerkingsverband gericht moet zijn op het tot stand brengen van situaties en/of teweeg brengen van gevolgen die misdrijven opleveren. Dat oogmerk kan ook bestaan indien er binnen het samenwerkingsverband naar wordt gestreefd dat derden, dat wil zeggen andere personen dan de deelnemers, als misdrijf strafbaar gestelde feiten zullen begaan. Voorts zie ik geen enkele reden om de (bijkomende) eis te stellen dat de wijze waarop het samenwerkingsverband zijn oogmerk tracht te realiseren in een zó rechtstreeks verband staat tot de eigenlijke uitvoering van die beoogde misdrijven, dat het samenwerkingsverband ook zelf in de positie van mededader komt te verkeren. Met name indien het streven van de organisatie impliceert dat de misdrijven buiten de eigen kring (van deelnemers) zullen worden begaan, kan de verwezenlijking van het in art. 140, eerste lid, Sr bedoelde oogmerk bestaan uit gedragingen die ten opzichte van (de uitvoering van) de beoogde misdrijven zijn te beschouwen als een vorm van medeplichtigheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61, en de alinea staat in dat document op bytes 9659 tot 10893.