Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8463.
8. Retorische argumenten zijn nooit de meest overtuigende. In dit geval lijkt uit het oog te zijn verloren dat de in art. 48 onder 2o Sr bedoelde strafrechtelijke aansprakelijkheid nimmer kan ontstaan zonder dat de verdachte op de één of andere manier heeft getoond dat hij het strafbare gedrag welbewust wilde faciliteren. Ook deze vorm van deelneming vergt immers opzet. In de bestreden uitspraak is op alleszins begrijpelijke wijze uiteengezet (p. 35 en volgende, onder "d. Medeplegen van of medeplichtigheid tot opzettelijk onjuiste belastingaangifte") hoe het Hof tot het oordeel is gekomen dat verzoeker zijn diensten heeft aangeboden in het bewustzijn dat hij belastingontduikers een mogelijkheid verschafte hun vermogen aan het oog van de Nederlandse fiscus te onttrekken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61, en de alinea staat in dat document op bytes 12496 tot 13292.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61 | shasum -a 256