Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8463.

14. Laat ik er rond voor uit komen: hoe interessant de hier opgeworpen rechtsvraag ook is, mij ontgaat ten ene male waarom dit middel niet in voorwaardelijke vorm is voorgesteld, gelijk de twee andere middelen van het Openbaar Ministerie. De hier bestreden overwegingen waren geen verhindering om bewezen te verklaren dat verzoeker het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat het oogmerk van de twee samenwerkingsverbanden was beperkt tot het bevorderen van belastingfraude. Met dit onvoorwaardelijk voorgestelde middel geven de stellers ervan te kennen dat zij partiële vernietiging en - onvermijdelijk - ver- of terugwijzing niettemin aangewezen achten, ook al zouden de namens verzoeker voorgestelde middelen falen. Daaraan doet kennelijk niet af dat ten laste van verzoeker nog vijf andere misdrijven bewezen zijn verklaard, zodat de inzet van dit middel praktisch gesproken is of het voor de strafwaardigheid van één van de zes bewezenverklaarde misdrijven verschil kan maken of de criminele congsi's naast belastingfraude ook nog het overtreden van een financiële toezichtswet hebben beoogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61, en de alinea staat in dat document op bytes 21559 tot 22699.