Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8463.
18. Het is onmiskenbaar dat de wetgever aan het in art. 42 Wtk respectievelijk art. 82 Wtk 1992 gestelde verbod een ruim bereik heeft willen geven. Dat is onder meer aan de orde geweest in HR 27 maart 2001, LJN AB0740. Uit de parlementaire geschiedenis en het karakter van de verbodsbepaling, die het sluitstuk moet vormen van een wettelijke regeling ter bescherming van 'kleine crediteuren', heeft de Hoge Raad afgeleid dat elk ter beschikking krijgen van opvorderbare gelden is verboden (tenzij er sprake is van een 'besloten kring'), zodat niet van belang is of de aangetrokken gelden al dan niet zijn aangewend in of ten behoeve van de eigen onderneming (in deze zin ook reeds NJ 1988, 218 inzake art. 41 Wtk en het destijds geruchtmakende Femis).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61, en de alinea staat in dat document op bytes 26769 tot 27534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61 | shasum -a 256