Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8463.
Bovendien lijkt dit uitgangspunt mij feitelijk bezien niet goed houdbaar. De door het Hof aannemelijk geachte gang van zaken in het 'clickfondssysteem' komt er op neer dat de ter beschikking gestelde gelden werden geparkeerd op (effecten-)rekeningen ten name van verzoekers vennootschappen (de Treuhänder); dat de saldi alleen door middel van een voor de buitenwereld niet toegankelijk stelsel van subrekeningen en codes op de werkelijke rechthebbenden waren te herleiden, en die (werkelijke) rechthebbenden zich dus slechts tot verzoeker en zijn vennootschappen konden wenden om hun geld weer terug te krijgen. Die rechthebbenden verkregen dus een vordering op de vennootschappen, en zo lang de gelden onder de vennootschappen bleven was er geen sprake van een voor derden kenbare vermogensscheiding. Dan zie ik niet in waarom die ter beschikking gestelde gelden niet zouden thuishoren op de passiefzijde van de balans van de Treuhänder, als vorderingen van derden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61, en de alinea staat in dat document op bytes 27958 tot 28940.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f2d5cd71a39a621d9cf8c6fbf6d8006b13ca92ad7ad9ad237e3b16283b48e61 | shasum -a 256