Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2007

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8508.

Daaraan doet niet af dat het Hof vervolgens, bij einduitspraak, ter verwerping van een gevoerd verweer, aannemelijk heeft bevonden dat het restant van de koopsom reeds in december 1999 was betaald, zoals hiervoor, onder 9, aangehaald. In de toelichting op het middel wordt hieruit afgeleid dat het Hof reeds bij zijn hier bestreden, ter terechtzitting genomen, beslissing is vooruitgelopen op de inhoud van hetgeen de verdediging nog meende te kunnen aantonen, waarmee een in (onder meer) HR NJ 1999, 825 getrokken grens zou zijn overschreden. Ook die stelling kan naar mijn inzicht niet gevolgd worden. Het al dan niet vooruitlopen op de verklaringen van degenen die de verdediging nog als getuige wenst te horen kan niet op één lijn worden gesteld met de vraag of documenten die de verdediging nog hoopt te kunnen produceren voldoende toevoegen aan hetgeen reeds uit de stukken blijkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77d7512efb215ca974c8034f1c1268a43a46cf4fd531c1e6f27aba4570ed0dc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77d7512efb215ca974c8034f1c1268a43a46cf4fd531c1e6f27aba4570ed0dc4, en de alinea staat in dat document op bytes 15979 tot 16881.