Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8511.
23. De vraag die vervolgens beantwoording behoeft, is hoe de verplichting tot versnelde afhandeling zich verhoudt tot het leerstuk van de redelijke termijn. De ernst van het tenlastegelegde feit en de ingrijpendheid van de sanctie die de verdachte boven het hoofd hangt, zijn geen factoren die in de jurisprudentie van de Hoge Raad een grote rol spelen als het gaat om het bepalen van de duur van de redelijk te achten termijn. Dat verklaart wellicht waarom de Hoge Raad in een betrekkelijk recent arrest (HR 29 mei 2007, LJN BA2549) uitging van de normale afhandelduur in cassatie van 16 maanden voor een ISD-zaak. Daar komt bij dat de Hoge Raad zich in datzelfde arrest op het standpunt stelde dat de ISD-maatregel zich naar zijn aard niet leent voor vermindering van de duur van de sanctie.(6) Dit lijkt te impliceren dat uitgerekend in ISD-zaken termijnoverschrijdingen niet kunnen worden gesanctioneerd, tenzij zou moeten worden aangenomen dat direct gegrepen moet worden naar het paardenmiddel van de niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Dat paardenmiddel haalt niet alleen een streep door de ISD-maatregel, maar belet meteen ook iedere andere vorm van strafrechtelijke sanctionering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab, en de alinea staat in dat document op bytes 27587 tot 28793.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab | shasum -a 256