Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8511.
24. Op grond van het voorgaande zou verdedigd kunnen worden dat het probleem gelegd moet worden waar het thuis hoort, namelijk bij het voorarrest en dat de sanctionering van de verplichting tot versneld procederen derhalve gezocht moet worden in de beëindiging van de voorlopige hechtenis. Dat is de weg waarop het Hof Leeuwarden is voorgegaan. Ik merk daarbij op dat de wet voor het vorderen en opleggen van de maatregel niet als voorwaarde stelt dat de verdachte zich (nog) in voorarrest bevindt. Het is aan het Openbaar Ministerie om te bezien of het vorderen van de maatregel na beëindiging van de voorlopige hechtenis nog zinvol is(7) en aan de rechter om te beoordelen of er nog reden is de vordering toe te wijzen. Als in de beëindiging van het voorarrest reden wordt gevonden om de maatregel niet op te leggen, blijft de mogelijkheid van strafoplegging (met aftrek van voorarrest) open. Dat is het voordeel van deze oplossing boven de niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Ik merk ook nog op dat er gevallen zullen zijn waarin het raadzaam is om de vraag of de voorlopige hechtenis een einde moet nemen, aan de zittingsrechter over te laten. Ik denk daarbij aan gevallen waarin - naar het zich laat aanzien - de overschrijding van de termijn beperkt zal zijn en het voor mogelijk kan worden gehouden dat (een deel van) het voorarrest op de duur van de maatregel in mindering kan worden gebracht zonder dat de doeleinden van die maatregel daardoor al te zeer in het gedrang komen. In dergelijke gevallen kan de zittingsrechter afwegen of het zinvol is om de maatregel op te leggen met een compenserende aftrek van voorarrest, dan wel om van de oplegging daarvan af te zien onder gelijktijdige opheffing van de voorlopige hechtenis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab, en de alinea staat in dat document op bytes 28813 tot 30569.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab | shasum -a 256