Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8511.
25. Indien deze weg ten einde wordt doorgedacht, zal men - denk ik - moeten accepteren dat de bewaking van de versnelde afhandeling in cassatie in handen van het gerechtshof komt te liggen. Na aantekening van beroep in cassatie is het immers de hoogste rechter in feitelijke aanleg die over een verzoek tot opheffing beslist (art. 75 lid 1 jo art. 69 Sv).(8) Daarbij passen twee opmerkingen. De eerste is dat de opheffing van het voorarrest door het gerechtshof hangende het cassatieberoep niet aan de executie van de maatregel in de weg staat als het cassatieberoep wordt verworpen. De tweede is dat het - als de beslissing in handen van de hoven wordt gelegd - niet ondienstig lijkt dat de Hoge Raad aangeeft wat naar zijn oordeel de redelijke termijn voor de afhandeling van ISD-zaken in cassatie is en bij welke overschrijding van die termijn de opheffing van de voorlopige hechtenis aangewezen is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab, en de alinea staat in dat document op bytes 30589 tot 31504.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab | shasum -a 256