Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8511.

27. Deze overweging lijkt een bevestiging te vormen van de stelling dat in de rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de redelijke termijn ook overwegingen een rol spelen die niet aan art. 6 EVRM zijn ontleend.(9) Aan het door de Hoge Raad opgesomde rijtje factoren die nopen tot een voortvarende afhandeling kan de voorkoming in ISD-zaken van een onevenredig lang voorarrest probleemloos worden toegevoegd. Dat maakt het verdedigbaar om - zonder dat hoeft te worden getreden in de vraag of art. 6 EVRM daartoe noopt - de verplichting tot versnelde afhandeling van ISD-zaken te betrekken bij de vraag wat in dergelijke zaken een redelijke termijn genoemd moet worden. De Hoge Raad zou daarin aanleiding kunnen vinden om, al dan niet vergezeld van enig rechterlijk overgangsrecht, aangescherpte afhandelingstermijnen te formuleren voor de eerste aanleg, de behandeling in hoger beroep en de cassatiefase.(10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab, en de alinea staat in dat document op bytes 32829 tot 33757.