Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8511.
b. Verdachte is op 20 september 2005 aangehouden en in verzekering gesteld. Vervolgens heeft verdachte in voorlopige hechtenis gezeten die tot op heden voortduurt. Gelet op de uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden van 29 juli 2005, dient de voorlopige hechtenis in de appèlfase niet langer dan negentig dagen te duren. Tussen het vonnis in eerste aanleg en de behandeling in hoger beroep zijn meer dan vijf maanden verstreken. In zijn totaliteit zal verdachte ruim 11 maanden in voorlopige hechtenis hebben doorgebracht. Wanneer de maatregel voor de duur van 2 jaren opgelegd zal worden, komt dit neer op een gevangenisstraf van bijna 3 jaren. Gelet op de lange duur van het voorarrest, dient toepassing te worden gegeven aan artikel 38n, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en derhalve de periode van het voorarrest in mindering te worden gebracht op de duur van de maatregel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab, en de alinea staat in dat document op bytes 36621 tot 37527.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f437e526db75bc1b100efe7650824beb7fcf747d8136794e340d30358cb465ab | shasum -a 256