Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2007

Alinea 134 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8774.

4.19.1 Subklacht b ziet voorbij aan 's Hofs gedachtegang waarin het - terecht - aankomt op het fictieve moment waarop de melding conform art. 11.2.2 zou hebben plaatsgevonden. Posterieure omstandigheden kunnen wél een rol spelen, maar leggen geen gewicht in de schaal bij de kwestie die hier aan de orde is: wat zou een redelijk handelend verzekeraar hebben gedaan wanneer bedoelde melding tijdig zou hebben plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9820ccbac027594356a5529b6a5686435735f68fe359066ee88d815d2b370f25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9820ccbac027594356a5529b6a5686435735f68fe359066ee88d815d2b370f25, en de alinea staat in dat document op bytes 43136 tot 43573.