Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2007
Alinea 138 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA8774.
4.22 Deze opvatting lijkt mij in haar algemeenheid niet juist. Ik zou niet willen uitsluiten dat zich omstandigheden kunnen voordoen waarin ook dergelijke posterieure omstandigheden een rol kunnen spelen, maar daarvoor is dan m.i. ten minste vereist dat degene die daarop beroep doet rechtstreeks (en in relevante mate) in zijn belangen is geschaad. NOWM heeft daaromtrent evenwel niets (concreets) aangevoerd, laat staan dat het onderdeel daarop beroep doet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9820ccbac027594356a5529b6a5686435735f68fe359066ee88d815d2b370f25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9820ccbac027594356a5529b6a5686435735f68fe359066ee88d815d2b370f25, en de alinea staat in dat document op bytes 44379 tot 44851.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9820ccbac027594356a5529b6a5686435735f68fe359066ee88d815d2b370f25 | shasum -a 256