Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2007

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA9173.

36. Ik heb mij nog de vraag gesteld of de Hoge Raad alvorens te beslissen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie zou moeten stellen. Ik meen dat die vraag ontkennend kan worden beantwoord. Gelet op de tekst van artikel 191 Euratomverdrag en de tekst van het Protocol, en gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie over immuniteiten, zoals ik deze hierboven heb weergegeven, kan er geen redelijke twijfel over bestaan dat aan Euratom immuniteit toekomt ten aanzien van haar officiële werkzaamheden. Evenmin kan naar mijn mening worden betwijfeld dat de in het beklag bedoelde feiten zijn begaan binnen het kader van die officiële werkzaamheden. Ik kom dan ook tot de conclusie dat kan worden afgezien van het stellen van prejudiciële vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbfe03607a3bb93a615b4fba2643b44d52481f3bd2b2d83b0d2e68f4ef33b765. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbfe03607a3bb93a615b4fba2643b44d52481f3bd2b2d83b0d2e68f4ef33b765, en de alinea staat in dat document op bytes 47508 tot 48278.