Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA9393.

Maar een consequentie daarvan als die welke uit de onderhavige uitspraak naar voren komt, is niet alleen in strijd met de bepalingen aangaande de heffingsgrondslag maar ook met het rechtsgevoel, aangezien geen redelijk denkend mens die in de plaats van belanghebbende verkeerde, kon menen dat hem de litigieuze aftrekpost toekwam in de omvang waarin deze abusievelijk in de derde (electronische) aangifte was opgenomen. Anders gezegd: tegenover het in de vorige alinea gestelde staat dat het maatschappelijk evenmin aanvaardbaar is dat aan een belanghebbende geheel ongemotiveerd substantiële voordelen toevallen die de andere belastingplichtigen ontgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a58747b2ce91f5f0459671f743a221af1d69691790d0bd710ca9f4fd26611e20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a58747b2ce91f5f0459671f743a221af1d69691790d0bd710ca9f4fd26611e20, en de alinea staat in dat document op bytes 33460 tot 34130.