Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007
Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA9610.
"Wanneer de vordering tot schadevergoeding opeisbaar is, zal in de regel worden bepaald door de vraag wanneer de schade geacht moet worden te zijn geleden. De wijze waarop zij wordt begroot kan daarbij van groot belang zijn. Wordt de schade abstract berekend naar het tijdstip van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust (bijv. in geval van waardevermindering van een zaak, H.R. 13 december 1963, N.J. 1964, 449), dan zal zij terstond opeisbaar worden, ook al staat het bedrag van de schade nog niet vast (H.R. 2 februari 1962, N.J. 1964, 329). Maar wordt de schade vastgesteld op bepaalde in concreto gemaakte kosten (bijv. in geval van letselschade, ziekenhuiskosten), dan zal men kunnen aannemen dat de opeisbaarheid pas ontstaat, doordat de benadeelde deze kosten opeisbaar verschuldigd wordt."(44)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7c64b5d8367f62da822c655fff1cb83bd0266807794969951c751efda077082. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7c64b5d8367f62da822c655fff1cb83bd0266807794969951c751efda077082, en de alinea staat in dat document op bytes 52700 tot 53525.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7c64b5d8367f62da822c655fff1cb83bd0266807794969951c751efda077082 | shasum -a 256