Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA9610.
3.13 Het is zeer de vraag of een dergelijke benadering recht doet aan de maatschappelijke realiteit dat voor de hand liggende zaken vaak worden nagelaten. Het is eveneens de vraag wat [eiseres] meer of anders had moeten/kunnen stellen. Veronderstellenderwijs aannemend dat haar verweer dat ze de voorwaarden destijds niet heeft ontvangen op waarheid berust, ligt in de rede dat zij na zoveel jaren niet meer weet a) of ze de litigieuze volzin destijds heeft gelezen en b) waarom zij toen niet aan de bel heeft getrokken. Een dergelijke stelling zou niets toevoegen aan hetgeen zij reeds had aangevoerd. Naar mijn indruk schromen partijen niet zelden om desondanks post facto-verklaringen op te dissen die - op zijn gunstigst - zijn gebaseerd op hetgeen volgens de steller het meest plausibel en voor de zaak tevens het beste lijkt. Maar zelfs in dit onwenselijke scenario is niet goed duidelijk wat de stelling zou moeten zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7c64b5d8367f62da822c655fff1cb83bd0266807794969951c751efda077082. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7c64b5d8367f62da822c655fff1cb83bd0266807794969951c751efda077082, en de alinea staat in dat document op bytes 28053 tot 28994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7c64b5d8367f62da822c655fff1cb83bd0266807794969951c751efda077082 | shasum -a 256