Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA9611.

19. Daar staat tegenover dat de wetgever het nu eenmaal gewenst heeft geacht de relatieve bevoegdheidsregel van art. 105 Rv af te stemmen op de bevoegdheidsregel van art. 16 sub 2 van het EEX-Verdrag (en het EVEX-Verdrag), niet alleen omdat de relatieve bevoegdheidsregel ook van toepassing kan zijn op gevallen die mede door deze verdragen worden bestreken, maar ook omdat gelijkvormigheid van verwante regelingen bevorderd dient te worden. Ik zou, gelet ook op deze redengeving, daarom menen dat de regel van de GAT/LuK-uitspraak van overeenkomstige toepassing moet worden geacht bij de bepaling van de relatieve bevoegdheid op grond van art. 105 Rv. Het alternatieve karakter van de relatieve bevoegdheidsregel van art. 105 Rv verzet zich daartegen in ieder geval niet. Dit betekent dat de eiser zich tot de in dat artikel bedoelde rechter mag wenden, ook indien de rechtsvordering, zoals in het onderhavige geval, strekt tot een beslissing omtrent een geschil over de direct of indirect externe werking van een besluit van (een orgaan van) de vennootschap of rechtspersoon en de vraag naar de geldigheid of nietigheid van dat de besluit en de interne werking daarvan slechts als prealabel geschilpunt aan de orde wordt gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1fd4435be983b04fd5d6f440fccc4e8049ac03fe4ddb5d0d2ca205ac1530399. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1fd4435be983b04fd5d6f440fccc4e8049ac03fe4ddb5d0d2ca205ac1530399, en de alinea staat in dat document op bytes 19522 tot 20766.