Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB3192.

18. Voor zover het onderdeel wil betogen dat art. 3 lid 1 IVKV zich tegen toewijzing van het verzoek tot teruggeleiding van [het kind] verzet, kan het evenmin doel treffen. Art. 11 van het IVKV verplicht de staten die partij zijn bij het verdrag maatregelen te nemen ter bestrijding van de ongeoorloofde overbrenging van kinderen naar en het niet doen terugkeren van kinderen uit het buitenland (lid 1) en spoort de staten aan daartoe verdragen te sluiten of toe te treden tot bestaande verdragen (lid 2). Hieruit volgt dat het IVKV, evenals het HKOV, berust op het uitgangspunt dat internationale kinderontvoering geacht moet worden in het algemeen in strijd te zijn met het belang van het kind, zodat teruggeleiding van het kind op de voet van het HKOV als zodanig niet in strijd is met art. 3 lid 1 IVKV. Vgl. Siehr, a.w. (2006), RdNr. 2. Zie ook E. Klein, Kindesentfürung, Kindeswohl und Grundgesetz, IPRax 1997, blz. 106 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d366beaaf4a538522b3db95f4ed25f8f91104dfe54ec11488b7e9ad5cd99d2ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d366beaaf4a538522b3db95f4ed25f8f91104dfe54ec11488b7e9ad5cd99d2ab, en de alinea staat in dat document op bytes 23563 tot 24508.