Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB3360.

5.6. Ik wijs er in het kader van het voorgaande op dat vorenbedoeld uitgangspunt ook impliciet lijkt te worden erkend in het arrest Reemtsma van het HvJ EG. Het betrof daar een vergelijkbare situatie als de onderhavige, zij het dat daar de positie van de afnemer aan de orde was, terwijl deze niet in het binnenland was gevestigd. Aan de orde was een verzoek om teruggaaf op basis van de Achtste richtlijn van Reemtsma, een Duitse belastingplichtige, aan wie door een Italiaans bedrijf terzake van reclamediensten ten onrechte Italiaanse BTW in rekening was gebracht. Deze reclamediensten waren ingevolge artikel 9, lid 2, letter e, van de Zesde richtlijn namelijk belast in Duitsland. Uitgangspunt van het HvJ EG in het arrest lijkt te zijn dat artikel 20, lid 1, letter c, van toepassing was op de door het Italiaanse bedrijf in rekening gebrachte BTW:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a86ef2d3d7d9854695622e9d8dcd61f7e48b88ffd832ce694ffcb0521b02626e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a86ef2d3d7d9854695622e9d8dcd61f7e48b88ffd832ce694ffcb0521b02626e, en de alinea staat in dat document op bytes 18215 tot 19082.