Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB3733.

8. De rechtbank heeft - nadat de door [eiseres] en [verweerster] voorgebrachte getuigen door haar waren gehoord - in haar eindvonnis van 12 december 2002 geoordeeld dat [eiseres] niet is geslaagd in het te leveren (tegen)bewijs. Zij heeft in dat verband overwogen dat zij - in het licht van het op de eigen stellingen van [eiseres] gebaseerde vermoeden van het hof dat sprake is geweest van misleiding - de enkele verklaring van [betrokkene 2] onvoldoende acht om tot een tegengesteld oordeel te komen en dat zij daarbij tevens betrekt dat uit de stellingen van [eiseres] en uit de getuigenverklaring van [betrokkene 2] volgt dat [eiseres] in de relevante periode de beschikking had over het rapport van Intron van maart 1988, welk rapport ook bij vluchtige lezing duidelijk maakt dat sprake is van vervuiling beneden 3.5 meter. [Eiseres] heeft aangevoerd dat haar in de procedure ingenomen stelling dat de bouwverslagen zich in de ordner bevonden - op welke stelling het hof zijn bewijsvermoeden mede heeft gebaseerd - als teruggenomen dient te worden beschouwd en dat deze stelling vervangen wordt door de stelling dat de litigieuze bouwverslagen zich niet in de ordner bevonden. Deze nieuwe feitelijke stelling is tardief voorgedragen. Mede gelet op de door [verweerster] geuite bezwaren, verzet een goede procesorde zich ertegen, gelet op de stand van het geding, dat de nieuwe stelling alsnog in de beoordeling wordt betrokken, waarbij de rechtbank opmerkt dat de nieuwe stelling tegenovergesteld is aan de stelling die [eiseres] voorafgaand aan de bewijslevering heeft ingenomen (en bij het hof gehandhaafd), terwijl voor [eiseres] duidelijk moet zijn geweest dat het om een essentieel punt ging. Als het gaat om een misverstand, moet dat voor rekening van [eiseres] blijven. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [verweerster] door haar voorafgaand aan de totstandkoming van de koopovereenkomst niet te wijzen op de bodemverontreiniging en de noodzaak tot sanering en zij heeft [eiseres] veroordeeld tot vergoeding van de door [verweerster] dientengevolge geleden schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca0b538e973174f36c1032cf46bed03cca8daea8225165fe99af884b7b6ddc46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca0b538e973174f36c1032cf46bed03cca8daea8225165fe99af884b7b6ddc46, en de alinea staat in dat document op bytes 27792 tot 29978.