Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB4204.

Ik vermeld intussen dat t.a.p., en ook in de nota naar aanleiding van het verslag (Staten 2004 - 2005, 2903, nr. 5, p. 2) als mogelijk wordt verondersteld, dat een op langdurige genotsrechten gerichte overeenkomst met een eenmalig vooruitbetaalde prijs, wél als huurovereenkomst kan worden aangemerkt. Daarbij verdient opmerking dat de stellers van deze stukken kennelijk als richtinggevend hebben aangemerkt het arrest van het GHvJ van 27 september 2002, TAR 2003, p,. 47 e.v.; terwijl in de onderhavige cassatieprocedure juist aan de orde is, welke van de keuzes die het GHvJ in dit opzicht (in verschillende zin) heeft gemaakt, als de betere moet worden aangemerkt. Daarom ben ik geneigd aan de wetgevingsgeschiedenis van het jongste Antilliaanse recht op dit punt, slechts een beperkte betekenis toe te kennen: de wetgever wil, zo te zien, van de rechter vernemen hoe de verhoudingen rechtens beoordeeld moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e23e27714636d81e4328a32bf12871eb8f6fc5fc2d12e4bce88e4cade8a3aca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e23e27714636d81e4328a32bf12871eb8f6fc5fc2d12e4bce88e4cade8a3aca, en de alinea staat in dat document op bytes 55491 tot 56429.