Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2007
Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB5172.
"de eiser feiten zal dienen te stellen waaruit kan worden afgeleid dat het gaat om een geval waarin krachtens de wet recht op vergoeding van die schade bestaat. Dat wil zeggen dat hij zijn stellingen zal dienen te richten naar de eisen die de wet stelt voor het aannemen van een recht op smartengeld. De wet werkt in artikel 6:106 met een aanduiding van 'bronnen' van immateriële schade, zoals 'lichamelijk letsel en 'andere persoonsaantastingen'. Is de aanwezigheid daarvan gesteld en voldoende aannemelijk gemaakt, dan mag er mijns inziens van worden uitgegaan dat sprake is van immateriële schade, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt."(23)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ffab7f4035dbfd8c25323a7827cee4fec546c21572de1968cd0483bfbe2154b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ffab7f4035dbfd8c25323a7827cee4fec546c21572de1968cd0483bfbe2154b, en de alinea staat in dat document op bytes 66586 tot 67254.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ffab7f4035dbfd8c25323a7827cee4fec546c21572de1968cd0483bfbe2154b | shasum -a 256