Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB5921.
3.4. Er zou nog kunnen worden gedacht aan de mogelijkheid dat het hof heeft aangenomen dat hier sprake is geweest van een vergissing bij het formuleren van de vordering, omdat de gevorderde verklaring voor recht zowel art. 23 als art. 26 van de c.a.o. omvat, terwijl de vordering tot nakoming alleen art. 23 noemt. In dat geval zou het echter voor de hand hebben gelegen dat het hof (na, in verband met de regel van hoor en wederhoor, partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich hierover uit te laten) uitdrukkelijk tot een verbeterde lezing van de vordering zou hebben besloten. Het bestreden arrest en het in de feitelijke instanties gevoerde debat bieden geen steun voor deze lezing; in het debat zijn beide partijen ervan uitgegaan dat de vordering tot nakoming betrekking had op art. 23 van de c.a.o. Aan het voorgaande doet niet af dat het hof in rov. 3.12 overweegt dat in redelijkheid er geen twijfel over kan bestaan wat de vordering tot nakoming van deze bepalingen behelst. Het hof reageerde hiermee slechts op het verweer van BAM dat de vordering tot "nakoming" te onbepaald was(16). Het hof heeft om die reden de wijze van nakoming in het dictum gepreciseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b32918f081c9e15cbcd467accc6a4587ef54a502427af1ab0486f1d483028c8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b32918f081c9e15cbcd467accc6a4587ef54a502427af1ab0486f1d483028c8a, en de alinea staat in dat document op bytes 20766 tot 21957.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b32918f081c9e15cbcd467accc6a4587ef54a502427af1ab0486f1d483028c8a | shasum -a 256