Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2007

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB6219.

9. Inmiddels is de art. 94a Sv gewijzigd. De Wet van 8 mei 2003, Stb 2003, 202 (inwerkingtreding 1 september 2003) maakte ingeval van kort gezegd een schijnconstructie conservatoir beslag mogelijk op voorwerpen die aan een ander toebehoren (art. 94a lid 3 Sv). De situatie is dus niet meer zo dat het beklag gegrond is zodra buiten redelijke twijfel staat dat de klager inderdaad eigenaar is. Daarnaast moet bezien worden of mogelijk sprake is van en schijnconstructie in de zin van art. 94a lid 3 Sv. De vraag is wat het precieze criterium is dat de rechter daarbij dient aan te leggen. Moet het voorwerp aan de eigenaar worden teruggegeven, tenzij aannemelijk is dat zich een schijnconstructie voordoet? Of slaagt het beklag alleen als buiten redelijke twijfel staat dat zich geen schijnconstructie voordoet? Ik zou menen het laatste, zodat een redelijk vermoeden dat sprake is van een schijnconstructie voldoende is voor de handhaving van het conservatoir beslag.(4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dded2e2f1afaed999dc9f09e3c31b29a7a6921b6a7de9cee69dd91d6b0478d06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dded2e2f1afaed999dc9f09e3c31b29a7a6921b6a7de9cee69dd91d6b0478d06, en de alinea staat in dat document op bytes 15473 tot 16456.