Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2007
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB6219.
7 Dat neemt niet weg dat men zich in casu kan afvragen of aan de cumulatieve voorwaarden die art. 94a lid 3 Sv stelt, is voldaan. Zo is de vraag of - ook als de beslagene zich de feitelijke heerschappij over de auto heeft verschaft met behulp van crimineel geld - de auto (die daardoor niet van eigenaar veranderde) middellijk of onmiddellijk "afkomstig" is van misdrijf. Over de kwade trouw van [klaagster 1] heeft de OvJ voorts niets aangevoerd. Maar aan een oordeel over deze deels feitelijke kwesties zou ik mij in cassatie niet willen wagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dded2e2f1afaed999dc9f09e3c31b29a7a6921b6a7de9cee69dd91d6b0478d06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dded2e2f1afaed999dc9f09e3c31b29a7a6921b6a7de9cee69dd91d6b0478d06, en de alinea staat in dat document op bytes 21601 tot 22160.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dded2e2f1afaed999dc9f09e3c31b29a7a6921b6a7de9cee69dd91d6b0478d06 | shasum -a 256