Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2007
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB7192.
9. In het onderhavige geval heeft betekening van de cassatiedagvaarding plaatsgevonden niet alleen op de voet van art. 55 Rv aan het Parket van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, maar ook op de voet van art. 63 Rv aan het kantoor van mr. P.N. van Regteren Altena, de procureur bij wie [verweerder] laatstelijk te dezer zake woonplaats heeft gekozen. Naar mijn mening is het feit dat laatstbedoelde betekening heeft plaatsgevonden op zichzelf reeds voldoende om in dit geval toepassing van de uitzonderingsbepaling van art. 15 lid 3 te kunnen rechtvaardigen. Deze betekening, die plaatsvond op 11 juli 2007, derhalve ruim twee maanden voor de eerst dienende dag (14 september 2007), biedt immers, gelet ook op de verplichting die ingevolge de tweede volzin van art. 63 lid 1 Rv op de betrokken procureur rust, voldoende grond om met een redelijke mate van zekerheid te kunnen aannemen dat [verweerder] daadwerkelijk en ook tijdig kennis heeft kunnen nemen van de dagvaarding. Met toepassing van art. 15 lid 3 van het verdrag kan derhalve tegen [verweerder] verstek worden verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dfa6ef06be35eee354a8d76c8505293d633c823883059ac656765270c1d84bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dfa6ef06be35eee354a8d76c8505293d633c823883059ac656765270c1d84bd, en de alinea staat in dat document op bytes 10692 tot 11791.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dfa6ef06be35eee354a8d76c8505293d633c823883059ac656765270c1d84bd | shasum -a 256