Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2007
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB7671.
11. Wil in deze omstandigheden niet-ontvankelijkheid in hoger beroep een toereikend argument zijn om een verzoek tot aanhouding als het onderhavige af te wijzen, dan moet het, gelet op het grote belang dat gezien het bepaalde in art. 6 lid 3 onder c EVRM aan rechtsbijstand van een tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeelde verdachte moet worden gehecht, zo zijn dat het niet wel denkbaar is dat een raadsman nog een speld tussen die niet-ontvankelijkheid krijgt. Pas dan wordt de verdachte immers niet benadeeld door de weigering hem in de gelegenheid te stellen rechtsbijstand te zoeken en kunnen andere belangen van een behoorlijke rechtspleging dan het belang van rechtsbijstand zoals de afdoening van een zaak binnen redelijke termijn en het streven naar beheersing van de kosten van de strafrechtspleging prevaleren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95e1f72120cdcc0990297fd9406cf8b945d350a9ce6be2edc7ab140bc87562e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95e1f72120cdcc0990297fd9406cf8b945d350a9ce6be2edc7ab140bc87562e3, en de alinea staat in dat document op bytes 14420 tot 15268.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95e1f72120cdcc0990297fd9406cf8b945d350a9ce6be2edc7ab140bc87562e3 | shasum -a 256