Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2007
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB7671.
12. In het onderhavige geval heeft de verdachte verklaard dat hij zijn zoon heeft gevraagd om naar de Rechtbank te bellen om aanhouding te vragen omdat hij de zitting graag wilde bijwonen doch verhinderd was wegens een gebroken been. Dit neemt niet weg dat het niet ondenkbaar is dat een raadsman van verdachte achterhaalt hoe op dit verzoek is gereageerd. De rechtspraak laat zien dat dergelijke verzoeken soms zonder tussenkomst van de rechter worden gehonoreerd en op een dergelijke toezegging mag worden afgegaan.(3) Hoe een en ander is afgelopen weet de verdachte niet. Dat roept dan weer de vraag op of hij er - zoals ook raadslieden wel(4) - zonder meer vanuit is gegaan dat zijn verzoek zou worden gehonoreerd. Voor een raadsman valt hier dus nog wel een en ander te onderzoeken terwijl niet valt uit te sluiten dat dit onderzoek tot de conclusie moet leiden dat de niet-ontvankelijkheid geen stand kan houden. Een geval dat het niet wel denkbaar is dat een raadsman de gevorderde niet-ontvankelijkheid met succes weet te weerspreken, doet zich hier dus niet voor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95e1f72120cdcc0990297fd9406cf8b945d350a9ce6be2edc7ab140bc87562e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95e1f72120cdcc0990297fd9406cf8b945d350a9ce6be2edc7ab140bc87562e3, en de alinea staat in dat document op bytes 15288 tot 16374.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95e1f72120cdcc0990297fd9406cf8b945d350a9ce6be2edc7ab140bc87562e3 | shasum -a 256