Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007

Alinea 185 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB7940.

6.10. Ik acht te meer grond voor prejudiciële vraagstelling aanwezig omdat onze zaak een derdelandensituatie betreft. In de zaak die leidde tot HR 14 april 2006, nr. 41815, V-N 2006/20.14, concludeerde ik dat te verwachten valt dat het HvJ EG aan de belemmeringrechtvaardigingen ex art. 58 EG-Verdrag meer reikwijdte zal geven in derdelandenverhoudingen dan in intra-EG verhoudingen, dus dat meer en ruimere belemmeringen op grond van fiscale coherentie (claimbehoud, voorkoming van winstdrainage, etc.) en fiscale controle (gegevensuitwisseling) toegestaan zullen worden, omdat jegens derde landen wederkerige gebondenheid aan de internemarktregels en de gemeenschapstrouw ontbreekt die tussen Lidstaten wel geldt (onderdelen 5.2.4 en 5.2.6). In uw (andere) arrest van 14 april 2006(38) heeft u deze te éclareren kwestie ook onderkend (r.o. 5.2.6), en er reeds een prejudiciële vraag over gesteld. Voorts concludeerde ik (onderdeel 7.18) dat ook al valt een bepaalde nationale maatregel die het kapitaalverkeer met derde landen hindert onder de eerbiedigende werking van art. 57 EG-Verdrag, die maatregel door het HvJ EG vermoedelijk niet steeds klakkeloos om die reden zal worden aanvaard, maar dat te verwachten is dat het Hof minstens marginaal zal toetsen of de maatregel niet willekeurig is, dan wel in zijn beperkende effecten onevenredig is in verhouding tot het nagestreefde doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f81bb2fb91ba18958981ef558acd790d94dad26f119ab1fd622a01e173905c92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f81bb2fb91ba18958981ef558acd790d94dad26f119ab1fd622a01e173905c92, en de alinea staat in dat document op bytes 86177 tot 87582.