Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007

Alinea 188 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB7940.

7.1. Uw jurisprudentie leert dat indien de inspecteur van de aangifte afwijkt, de bewijslast ter zake van die afwijking in het algemeen op de inspecteur rust, maar dat aftrekposten, ook als zij al in de aangifte waren verwerkt, bij betwisting aannemelijk moeten worden gemaakt door de belastingplichtige.(39) 's Hofs oordeel (zie 3.7 hierboven) dat de belanghebbenden, gezien des Inspecteur's gemotiveerde betwisting, moeten bewijzen dat het met de gelieerde vennootschap E N.V. overeengekomen rentepercentage niet onzakelijk hoog was, is dus juist. Het Hof acht dat bewijs niet geleverd en heeft dat oordeel gemotiveerd (zie 3.7 hierboven). Dat oordeel berust op aan het Hof voorbehouden waardering van bewijsmiddelen. Het is voldoende gemotiveerd en, gelet op die motivering, niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f81bb2fb91ba18958981ef558acd790d94dad26f119ab1fd622a01e173905c92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f81bb2fb91ba18958981ef558acd790d94dad26f119ab1fd622a01e173905c92, en de alinea staat in dat document op bytes 88795 tot 89606.