Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007

Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB7940.

"Er is twijfel over het nut van de regeling, aangezien het bestaan van de reserve niets zegt over de aanwezigheid van liquide middelen om de kosten van een calamiteit op te vangen. Voorts blinkt de toepassing van de regeling niet uit in eenvoud. Bovendien geeft de regeling ruimte voor ongewenst gebruik; doordat de regeling geen plafond kent, kan de reserve vele malen de waarde van het onverzekerde object bedragen. De reserve vormt een inbreuk op het voor de winstsfeer belangrijke begrip "goed koopmansgebruik". Voorts is geen sprake van gelijke behandeling van gelijke gevallen: de belastingplichtige die verzekert, betaalt premie terwijl de belastingplichtige die niet verzekert, geen kosten maakt. Daar komt nog bij dat sinds de invoering per 1 januari 1995 van de onbeperkte verrekening van (ondernemings-) verliezen de mogelijkheid van fiscale verrekening van verliezen als gevolg van calamiteiten aanzienlijk is vergroot. Mede gelet op het bovenstaande stellen wij voor verdere dotaties aan de assurantiereserve eigen risico niet meer toe te staan. Voorts stellen wij een geleidelijke beëindiging van de bestaande reserves voor. (...)."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f81bb2fb91ba18958981ef558acd790d94dad26f119ab1fd622a01e173905c92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f81bb2fb91ba18958981ef558acd790d94dad26f119ab1fd622a01e173905c92, en de alinea staat in dat document op bytes 94380 tot 95540.