Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007

Alinea 215 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB7940.

8.9. Uitgangspunt is opnieuw dat ter zake van afwijkingen van de aangifte in het algemeen de bewijslast bij de inspecteur berust, maar dat aftrekposten, ook als zij al in de aangifte zijn verwerkt, bij betwisting door de belastingplichtige aannemelijk moeten worden gemaakt.(53) 's Hofs oordeel dat de belanghebbende tegenover de weergegeven gemotiveerde stellingname van de fiscus niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door haar in 1997 in aftrek gebrachte dotatie ad ƒ 1.231.802 niet de bespaarde (bruto)verzekeringspremies overtrof, geeft dus geen blijk van onjuiste bewijslastverdeling. Nu uit uw jurisprudentie volgt dat de jaarlijkse toevoeging niet hoger mag zijn dan de bespaarde bruto-premie (zie 8.2), is 's Hofs oordeel voorts gebaseerd op de juiste maatstaf. 's Hofs oordeel dat X3 B.V. niet aan haar bewijstaak heeft voldaan, is voorbehouden aan het Hof en voldoende gemotiveerd (zie 3.16) en, mede gezien de onder 8.8 geciteerde overwegingen, niet onbegrijpelijk. De klachten van X3 B.V. tegen dit oordeel falen mijns inziens daarom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f81bb2fb91ba18958981ef558acd790d94dad26f119ab1fd622a01e173905c92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f81bb2fb91ba18958981ef558acd790d94dad26f119ab1fd622a01e173905c92, en de alinea staat in dat document op bytes 102233 tot 103294.