Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2007

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB8658.

- [Verweerster] gaat van het vonnis van de rechtbank in appel bij het hof 's-Gravenhage, dat bij arrest d.d. 13 mei 2003 de tegen het vonnis gerichte grieven gegrond verklaard. Na diverse omstandigheden tegen elkaar te hebben afgewogen, komt het hof tot het oordeel dat de keuze van [verweerster] om het werk van vóór het ongeval in een part-time dienstverband voort te zetten in de gegeven omstandigheden redelijk is. Daarbij neemt het hof onder meer in aanmerking dat het voldoende aannemelijk acht dat het risico dat [verweerster] niet in staat zal blijken te zijn de gesuggereerde andere functies als doktersassistente, EEG of ECG-assitente e.d. zonder problemen op full-time basis te vervullen, aanwezig en reëel is (rov. 6 t/m 12). Nu de berekening van de inkomensschade niet gemotiveerd door Stad Rotterdam is betwist, kan de vordering tot vergoeding van die schade naar het oordeel van het hof worden toegewezen (rov. 14). Het hof wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling. Een verzoek van Stad Rotterdam om tussentijds cassatieberoep tegen het tussenarrest te mogen instellen, wijst het hof af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9ec19ca4954bbc289bd66df499d5d0f25a7ed12daab332743236cbaf86ced26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9ec19ca4954bbc289bd66df499d5d0f25a7ed12daab332743236cbaf86ced26, en de alinea staat in dat document op bytes 9717 tot 10867.