Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB9133.

3.12. De rechtsklacht faalt. In art. 1 Wjsg is uitdrukkelijk sprake van "gegevens over een natuurlijk persoon of rechtspersoon". Blijkens de parlementaire geschiedenis van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens is het begrip `strafvorderlijke gegevens' en niet het begrip `persoonsgegevens' in deze wet centraal gesteld, juist om hiermee te bereiken dat ook strafvorderlijke gegevens over rechtspersonen onder het toepassingsbereik van de wet worden gebracht(15). De subsidiaire motiveringsklacht faalt omdat niet onbegrijpelijk is waarom het hof ook het privacybelang van de verdachte(n) in zijn afweging heeft betrokken: blijkens rov. 4 is de verdenking niet alleen gericht tegen de rechtspersoon Ocean, maar ook tegen haar bestuurders en een van haar medewerksters. Overigens blijkt uit rov. 6 dat het hof niet zozeer het privacybelang van de verdachte(n), als wel het privacybelang van de Amerikaanse koper van gewicht heeft geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e08bc4a279767242c06a5d5734ce79639f4512bdfcbdea03af4e4d8cc775e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e08bc4a279767242c06a5d5734ce79639f4512bdfcbdea03af4e4d8cc775e78, en de alinea staat in dat document op bytes 31628 tot 32586.