Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB9133.
3.17. Onderdeel 8 noemt geen rechtsregel waarmee 's hofs oordeel in strijd zou zijn. De stelling dat de Amerikaanse koper zelf de behoefte van ICS aan deze gegevens heeft teweeggebracht, is een argument van feitelijke aard. Het was aan het openbaar ministerie om de zwaarte van dit feitelijke argument af te wegen tegen het privacybelang indien de gevraagde gegevens worden vrijgegeven. Voor de toetsing door het hof van de beslissing van het college van procureurs-generaal geldt hetzelfde. Nadere motivering behoefde dit oordeel niet om voor de lezer begrijpelijk te zijn. Blijkens rov. 5 is het hof zich ervan bewust geweest dat ICS de gevraagde gegevens nodig had als bewijsmateriaal voor de arbitrageprocedure. De onderdelen 8 en 9 behoeven niet tot cassatie te leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e08bc4a279767242c06a5d5734ce79639f4512bdfcbdea03af4e4d8cc775e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e08bc4a279767242c06a5d5734ce79639f4512bdfcbdea03af4e4d8cc775e78, en de alinea staat in dat document op bytes 34732 tot 35519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0e08bc4a279767242c06a5d5734ce79639f4512bdfcbdea03af4e4d8cc775e78 | shasum -a 256