Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB9613.
2.6 Vervolgens is getracht die wettelijke basis te vinden in het sinds 1 januari 2002 van kracht zijnde art. 34 Rv. In het Bijzonder rekestreglement personen- en familierecht van het Gerechtshof te 's-Gravenhage werd onder verwijzing naar art. 34 Rv. de bepaling opgenomen dat indien appellant na herhaalde verzoeken de benodigde processtukken niet overlegt, hij daartoe een laatste gelegenheid krijgt en dat het niet benutten daarvan als het afzien van een mondelinge behandeling wordt beschouwd, waarna niet-ontvankelijkverklaring volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0fb10f952c38cac6dc900fc083b8177bda58dacd82a70660796856ff5798b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0fb10f952c38cac6dc900fc083b8177bda58dacd82a70660796856ff5798b50, en de alinea staat in dat document op bytes 19220 tot 19772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0fb10f952c38cac6dc900fc083b8177bda58dacd82a70660796856ff5798b50 | shasum -a 256