Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB9613.

2.10 De wet stelt geen welomschreven sanctie op het niet-voldoen aan een op grond van art. 22 Rv. gegeven bevel, maar bepaalt wel in de slotzin - zoals in vele andere voorschriften(11) - dat de rechter de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht. Dit kan verschillend uitpakken naar gelang het doel waarvoor de ontbrekende stukken nodig zijn. Zo kan deze regel indirect leiden tot de gevolgtrekking dat een beroep niet-ontvankelijk is, bijvoorbeeld omdat zonder de ontbrekende stukken niet kan worden vastgesteld dat het beroep tijdig is ingediend(12). In andere gevallen kan deze regel bijvoorbeeld leiden tot de beslissing dat een bepaalde stelling, bij gebrek aan ondersteuning in de stukken, niet vaststaat(13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0fb10f952c38cac6dc900fc083b8177bda58dacd82a70660796856ff5798b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0fb10f952c38cac6dc900fc083b8177bda58dacd82a70660796856ff5798b50, en de alinea staat in dat document op bytes 22929 tot 23663.